Jaarverslag 2016

Hierna worden de belangrijkste overeenkomsten met financiële verplichtingen uiteengezet voor zover deze niet nader zijn opgenomen in de toelichting bij de balans.

Huurovereenkomsten

De gemeente Haarlem heeft lopende huurovereenkomsten voor de verschillende locaties. De hieruit voortvloeiende verplichtingen bedragen € 2,9 miljoen per jaar.

Operational lease

Voor ICT en voertuigen zijn er lopende operational lease-contracten. De hieruit voortvloeiende verplichtingen bedragen € 0,2 miljoen per jaar.

ICT, telecommunicatie en overige faciliteiten

De jaarlijkse verplichting voortvloeiend uit overeenkomsten voor onderhoud van hard- en software en het gebruik van print- en kopieerapparatuur bedraagt € 4,0 miljoen. Voorts lopen er contracten voor vaste en mobiele telecommunicatie ter grootte van € 0,4 miljoen per jaar. De jaarlijkse contractuele verplichting voor catering, schoonmaak, drankautomaten, beveiliging/bewaking en kantoorbenodigdheden bedraagt € 1,9 miljoen

Borg- en garantstellingen

De gemeente staat garant als achtervang voor leningen die zijn verstrekt aan woningbouwcorporaties en particulieren. Deze verstrekte leningen worden gegarandeerd door het Waarborg Eigen Vermogen en Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Als deze waarborgfondsen hun verplichtingen niet kunnen nakomen, dan worden de gemeenten en het Rijk aangesproken (achtervang).

Garanties op leningen van de zorgsector, culturele instellingen, het Nationaal Restauratiefonds en het nutsbedrijf zijn verstrekt onder hypothecaire zekerheid.

Met betrekking tot het vermelde bedrag in de tabel 'particuliere woningbouw' kan het volgende worden vermeld: de definitieve opgave 2016 WEW wordt medio 2017 verstrekt. In deze jaarrekening wordt daarom een inschatting gemaakt op basis van de definitieve opgave WEW 2015. Het is de verwachting dat de omvang van de gegarandeerde leningen particuliere woningbouw zal afnemen.

(bedragen x € 1 miljoen)

Gegarandeerde geldleningen

Per
31-12-2015

Per
31-12-2016

Gemeente als achtervang

1.940

1.829

Particuliere woningbouw

960

877

Woningcorporaties

980

952

Gemeente als directie risicodrager

18

16

Zorgsector

2

2

Culturele instellingen

2

2

Nationaal restauratiefonds

1

0,4

Nutssector

13

12

Totaal gegarandeerde geldleningen

1.958

1.845

Vennootschapsbelasting

Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet voor de vennootschapsbelasting (Vpb) ook van toepassing op overheidslichamen. Haarlem is hierdoor, over de opbrengsten van de activiteiten die kwalificeren als Vpb-plichtig, Vpb verschuldigd. Op dit moment is echter geen verplichting opgenomen in de balans omdat de te betalen Vennootschapsbelasting niet betrouwbaar is te schatten. Er zijn te veel onzekere parameters waardoor het bedrag aan Vpb dat Haarlem over 2016 moet betalen niet voldoende betrouwbaar kan worden opgenomen op de balans.

Onzekerheden die het schatten van de last lastig maken hebben onder andere betrekking op welke activiteiten wel en niet onder de belastingplicht vallen, landelijk verschilt dit per gemeente en is afhankelijk van de specifieke situatie van een gemeente. Mede hierdoor kan de Belastingdienst of de Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden (SVLO) hier op voorhand geen uitsluitsel over geven. De uitleg van de nieuwe wet is landelijk nog in ontwikkeling.

Haarlem heeft sinds de bekendmaking van de Vpb-plicht voor overheidslichamen diverse werkzaamheden uitgevoerd (mede in samenwerking met de belastingadviesafdeling van PWC) om tot een redelijke inschatting van de last te komen. Op dit moment is de inschatting dat alleen activiteiten in het cluster “parkeren” kwalificeren als Vpb-plichtig. Dit is echter om bovengenoemde reden allerminst zeker.

Ook binnen het cluster parkeren zijn onzekerheden aanwezig die er voor zorgen dat de Vennootschapsbelasting niet betrouwbaar geschat kan worden. De waardering van de parkeergarages op fiscale grondslagen en het rentepercentage waarmee rekening gehouden moet worden zijn onzeker en kleine afwijkingen in waardering kunnen een relatief groot effect hebben op de vennootschapsbelastinglast.