Jaarverslag 2016

Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Onder begrotingsrechtmatigheid wordt het volgende begrepen:

"Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn." (Notitie toepassing van het begrotingscriterium, Commissie BBV, Platform Rechtmatigheid )

Met de controle op de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van de gemeenteraad is gerespecteerd. De toe te passen normen voor het begrotingscriterium zijn op hoofdlijnen door de wetgever bepaald (artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet) en worden door de gemeenteraad zelf nader ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet (2015/098823 ).

Begrotings- en investeringskredietoverschrijdingen

Begrotingsafwijkingen en -overschrijdingen (beleidsmatig en/of financieel) behoeven autorisatie door de gemeenteraad. In de regel worden begrotingswijzigingen vooraf door het college aan de raad voorgelegd ter autorisatie. Hiermee wordt toestemming gevraagd voor het te realiseren beleid en voor de besteding van het benodigde bedrag. Slechts indien de omstandigheden een autorisatie vooraf niet mogelijk maken moet achteraf een begrotingswijziging worden voorgelegd. Indien de raad ermee instemt wordt de besteding alsnog geautoriseerd en is deze rechtmatig. Begrotingswijzigingen moeten
volgens de Gemeentewet tijdens het jaar zelf nog aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

De algemene lijn is dat begrotingsoverschrijdingen die binnen de beleidskaders van de raad passen niet meegewogen worden in het accountantsoordeel. Toch is het toetsen van begrotingsrechtsmatigheid ingewikkelder dan het wellicht op het eerste gezicht lijkt. Er kunnen zeven verschillende begrotingsoverschrijdingen worden onderscheiden. In onderstaand overzicht wordt aangegeven wat naar de mening van de commissie BBV de consequentie van betreffende overschrijding moet zijn voor het accountantsoordeel.

Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen tenminste de volgende “soorten” begrotingsafwijkingen worden onderkend:

Onrechtmatig, maar telt niet mee voor het oordeel

Onrechtmatig, en telt mee voor het oordeel

1.

Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men tegen beter weten in geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend. Bijvoorbeeld de doelgroep c.q. de activiteiten zijn in de praktijk aantoonbaar ruimer geïnterpreteerd dan in regelgeving (subsidieregeling, -verordening) was gedefinieerd.

x

2.

Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd. Bijvoorbeeld: de verwachte kostenoverschrijding op jaarbasis was via tussentijdse informatie al wel bekend, maar men heeft geen voorstel tot begrotingsaanpassing ingediend en dit is in strijd met de budgetregels zoals afgesproken met de raad.

x

3.

Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet.

x

4.

Kostenoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding.

x

5.

Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Over de aanwending van deze extra inkomsten heeft de raad nog geen besluit genomen.

x

6.

Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Het zal hier in de praktijk vaak gaan om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen. Er zijn dan geen rechtmatigheidsgevolgen voor dat verantwoordingsjaar. Wel zal de gemeente er voor moeten zorgen dat de overschrijdingen getrouw in de jaarrekening worden weergegeven. Ook kunnen er gevolgen zijn voor het lopende jaar.

- geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar

x

- geconstateerd na verantwoordingsjaar

x

7.

Kostenoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren.

- jaar van investeren

x

- afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

x

Overschrijdingen begrote lasten 2016

(bedragen x € 1.000)

Lasten

Lasten

Af-

Over-

Cate-

Programma

Beleidsveld

begroot

werkelijk

wijking

schrijding

gorie

Maatschappelijke participatie

11

Onderwijs en sport

38.714

38.541

-173

nee

n.v.t

12

Bevorderen zelfredzaamheid

22.996

22.524

-472

nee

n.v.t

13

Advies en ondersteuning

6.047

6.142

95

ja

n.v.t

totaal:

67.757

67.207

Ondersteuning en Zorg

21

Maatwerkvoorzieningen

65.065

55.364

-9.701

nee

n.v.t

22

Opvang en beschermd wonen

52.617

53.794

1.177

ja

3

23

Jeugdbesch & jeugdreclassering

3.320

2.800

-520

nee

n.v.t

totaal:

121.002

111.958

Werk en inkomen

31

Werk

27.343

25.356

-1.987

nee

n.v.t

32

Inkomen

69.236

68.418

-818

nee

n.v.t

33

Minima

6.287

5.991

-296

nee

n.v.t

totaal:

102.866

99.765

Duurz. Stedelijke Vernieuwing

41

Duurzame sted. Ontwikkeling

8.800

8.174

-626

nee

n.v.t

42

Economie, toerisme en cultuur

27.554

26.825

-729

nee

n.v.t

43

Grondexploitaties

6.895

6.420

-475

nee

n.v.t

totaal:

43.249

41.419

Beheer en Onderhoud

51

Openbare ruimte en mobiliteit

78.021

77.915

-106

nee

n.v.t

52

Parkeren

12.266

12.340

74

ja

n.v.t

53

Overige beheertaken

31.123

35.135

4.012

ja

3

totaal:

121.410

125.390

Burger, Bestuur en Veiligheid

61

Dienstverlening

12.435

12.429

-6

nee

n.v.t

62

Gemeentelijk bestuur

8.045

9.142

1.097

ja

4

63

Openbare orde en veiligheid

31.222

31.616

394

ja

3

totaal:

51.702

53.187

Algemene Dekkingsmiddelen

71

Lokale belastingen & heffingen

4.712

4.601

-111

nee

n.v.t

72

Algemene dekkingsmiddelen

18.289

10.974

-7.315

nee

n.v.t

totaal:

23.001

15.575

Totaal lasten (exclusief mutatie reserves)

530.987

514.501

De kostenoverschrijdingen zijn geconstateerd na verantwoordingsjaar. De controle op de rechtmatigheid van de mutaties in de reserves zijn op afzonderlijke wijze gecontroleerd via de controle op het eigen vermogen. Conform de hiervoor genoemde criteria worden onderstaand de overschrijdingen ten opzichte van de geraamde gelasten in de begroting na wijziging toegelicht:

Programma 1 Maatschappelijke participatie
Advies en ondersteuning, overschrijding € 95.000
Bedrag blijft beneden de rapporteringsgrens.

Programma 2 Ondersteuning en Zorg
Opvang en beschermd wonen, overschrijding € 1.177.000 (categorie 3)
Tegenover de hogere lasten voor beschermd wonen staat een hogere opbrengst in de vorm van bijdrages.

Programma 5 Openbare ruimte en mobiliteit
Overige beheertaken, overschrijding € 4.012.000 (categorie 3)
De overschrijding wordt veroorzaakt door de afboeking van Materiële Vast Activa. Het betreft de boekwaardes van € 3,9 miljoen van een aantal onroerende zaken die zijn verkocht. Tegenover de overschrijding staat de verkoopopbrengsten die onder de baten zijn verantwoord.

Parkeren, overschrijding € 74.000
Bedrag blijft beneden de rapporteringsgrens.

Programma 6 Burger, Bestuur en Veiligheid
Gemeentelijk bestuur, overschrijding € 1.097.000 (categorie 4)
Op grond van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA) is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de pensioenregeling voor (oud-)wethouders. De gemeente is verplicht daarvoor een voorziening in te stellen. Jaarlijks wordt de hoogte van de voorziening bepaald aan de hand van de benodigde reservewaarde aan het einde van het boekjaar. De actuariële berekeningen die hiervoor nodig zijn, worden gemaakt door PROambt Advies. Een belangrijke factor in de berekening is de rekenrente. Dit is het percentage aan rente dat gehanteerd wordt om het verwachte toekomstige rendement op het vermogen te bepalen. Hoe lager de rente, hoe lager het te verwachten rendement en hoe hoger de benodigde reservewaarde in de voorziening. Onze onafhankelijke accountant heeft geadviseerd om voor de berekening van de hoogte van de voorziening bij de jaarrekening 2016 de rekenrente 2017 te hanteren in plaats van de rekenrente 2016. De door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rekenrente voor 2017 bedraagt 0,864% en is lager dan de rekenrente 2016 (1,629%) en de laatst gehanteerde rekenrente 2015 (2,156%) bij de jaarrekening 2015. Als gevolg van deze lagere rekenrente is een dotatie aan de voorziening wethouderspensioenen nodig van € 1,27 miljoen. In de Bestuursrapportage 2016 (bladzijde 46) is melding gemaakt van het risico dat de rekenrente zou dalen.

Openbare orde en veiligheid € 394.000 (categorie 3)
Het aantal leges verzoeken is in toegenomen van 1.135 in 2015 naar 1.553 in 2016. Deze
verzoeken hebben geleid tot het afgeven van meer vergunning voor de WABO, hiervoor is er meer capaciteit ingezet om de aanvragen af te handelen. Tegenover deze extra lasten staan ook een extra baten. Door een gegrond bezwaar (december 2016) inzake een aantal leges met betrekking tot de Westergracht zijn deze meeropbrengsten teruggebracht tot € 220.000 (€ 1,2 miljoen minus bezwaar van € 980.000).

Overschrijding kredieten

Het college informeert de raad vooraf als een investeringskrediet met minimaal 5% van het krediet, met een minimum van € 50.000, dreigt te worden overschreden in de eerstvolgende tussenrapportage of via een afzonderlijk voorstel aan de raad. Dit geldt eveneens indien bij een grote investering een voorziene overschrijding van 5% leidt tot een overschrijding van € 250.000 of meer.

Uit de controle op kredietoverschrijding komen per eind december 2016 de volgende overschrijding > € 50.000 naar voren:

Waarderhaven, overschrijding categorie 7 van € 194.000 (5,4 % van het krediet)
Bij de behandeling van de extra kredietaanvraag Waarderhaven in november 2015 is aangegeven dat er discussie met de fiscus is over de BTW bij de Waarderhaven. In 2016 is bij de laatste kredietaanvraag in de commissie beheer gemeld dat verdere bodemverontreiniging tot een overschrijding zou leiden. Tijdens de uitvoering zijn extra kosten gemaakt als gevolg van niet-voorziene vervuilingen. Na oplevering van het project zijn enkele zaken naar voren gekomen die nog moeten worden opgelost. Hierbij is niet zeker dat de kosten daarvan volledig bij de aannemer kunnen worden neergelegd. Tot slot is in de Bestuursrapportage 2016 gemeld dat er een financieel risico bestaat dat er buiten het financiële kader wordt getreden in verband met een BTW-geschil met de fiscus. Het project Waarderhaven is fiscaal in eerste instantie als volledig compensabel aangemerkt. De activiteiten bestonden uit het brandveilig maken van de haven, wat een activiteit is vanuit een overheidsverantwoordelijkheid waarvoor de BTW gecompenseerd moet via het BTW-compensatiefonds. Dit was ook nog het beeld ten tijde van de laatste kredietaanvraag. Gedurende het project is de insteek veranderd en is onder andere de haven uitgebreid. Dit heeft gevolgen voor de mate waarin de BTW gecompenseerd mag worden. Het deel van de BTW dat niet compensabel is, is dus niet geraamd in het krediet en betekent een overschrijding van het krediet. Deze zaken leiden tot een overschrijding van het toegestane projectbudget.

De verwachting is dat er nog voor € 252.000 aan kosten in 2017 worden gemaakt. Waardoor de overschrijding op het huidige krediet € 446.000 gaat bedragen.

De Schakel, overschrijding categorie 7 € 122.000 zijnde (3,5% van het krediet)
Bij de kredietaanvraag zijn de kosten voor het bouwrijp opleveren van het terrein niet opgenomen. De gemeente was verplicht om bouwrijpe grond te leveren aan het schoolbestuur.
Aangezien de fundering van het vorige schoolgebouw nog aanwezig was, hebben de sloopkosten geleid tot een overschrijding van het krediet.